Soms merk ik dat ik kijk zonder echt te zien. Dat ik denk dat ik iemand al helemaal doorheb, nog voordat diegene één woord heeft gezegd. Het gaat bijna automatisch. In een paar tellen vormen we een beeld van een nieuwe collega of manager, over een voorgenomen verandering of zelfs over een nieuw product. Zonder dat we het doorhebben, veranderen die eerste indrukken in aannames of zelfs vooroordelen.
Vooroordelen zijn te vergelijken met het kijken door een sleutelgat. Je ziet nooit het hele plaatje. En toch gedragen we ons alsof dat kleine stukje zicht de volledige waarheid is. We letten vooral op dat past bij wat we al dachten; de rest glipt ongemerkt uit beeld.
Dit verschijnsel zie je overal terug. Als we verwachten dat iemand vooral kritisch is, wegen we zijn opmerkingen zwaarder. Als we aannemen dat een verandering weinig oplevert, zien we vooral de risico’s. En missen we dus de kansen die er ook zijn.
Laatst werd ik daar zelf mee geconfronteerd, in een gesprek met iemand die ik eigenlijk nooit echt had leren kennen. In mijn hoofd hing al een etiket aan die persoon: niet iemand met wie ik vanzelf op één lijn zou zitten. Pas toen we echt met elkaar in gesprek raakten, ontdekte ik hoeveel we gemeen hadden. Niet omdat die ander ineens veranderde, maar omdat ik mijn aannames losliet.

Misschien is dat precies waar het om draait. Nieuwsgierig blijven, juist wanneer je denkt dat je iemand al volledig hebt ingeschat. De deur helemaal opendoen, in plaats van door dat sleutelgat te blijven kijken. Zonder aannames of vooroordelen die het zicht beperken, maar met een open blik.
Vooroordelen maken de wereld klein. Nieuwsgierigheid maakt haar groter. Juist omdat we stoppen met invullen voordat we echt hebben gekeken. Dat vraagt om de bereidheid om onze aannames even opzij te zetten. Niet uit vriendelijkheid, maar uit eerlijkheid. Want uiteindelijk is dat precies wat we zelf ook willen: niet beoordeeld worden op wat een ander over je denkt te weten, maar op wie we zijn.