Stel je voor dat je lichaam een auto is. Niet eentje die je na een paar jaar weer inruilt, maar eentje waar je je hele leven in rijdt. Geen tweedehandsje achter de hand, geen extra wagen op de oprit. Dit is ‘m. En jij zit achter het stuur.
Met een auto gaan we meestal zorgvuldig om. Het is tenslotte een flinke aanschaf. We halen hem door de wasstraat, zuigen de kruimels uit de bekleding en zorgen voor de jaarlijkse APK. Horen we een vreemd geluid, dan luisteren we. En als er een lampje gaat branden, laten we ernaar kijken.
Bij onszelf zijn we vaak een stuk nonchalanter. Voor elk schrammetje naar de dokter rennen hoeft natuurlijk niet, maar echte signalen schuiven we soms wel erg makkelijk terzijde. Een beetje moe? Nog even door. Een zeurende schouder? Komt later wel. Spanning? Dat hoort er gewoon bij. Totdat de motor ineens hapert.

Ons lichaam is eigenlijk een prachtig systeem. Het geeft signalen ruim voordat er echt iets misgaat. Vermoeidheid, pijntjes of onrust zijn waarschuwingen: dashboardlampjes die signaleren dat er iets speelt dat jouw aandacht vraagt. Alleen behandelen we ze vaak alsof het storingen zijn die we liever niet zien. En meestal gaat het goed. Tot het een keer niet goed gaat.
Er zijn ook mensen die hun lichaam behandelen zoals een autoliefhebber zijn auto. Ze letten op wat erin gaat, plannen onderhoud en luisteren naar het motorgeluid. Niet omdat alles perfect moet, maar omdat ze betrokken zijn bij hun eigen rit. En daar zit het verschil. Niet in de auto. Niet in de weg. Maar in de bewuste bestuurder.
En je weet maar nooit, misschien belandt ook die bestuurder ooit met pech langs de weg. Maar hij heeft er wel alles aan gedaan om dat te voorkomen. Dus luister eens naar je eigen motorgeluid en kijk naar de lampjes op jouw dashboard. Het is jouw auto, de enige die je hebt. En daar wil je toch nog heel wat kilometers mee maken?